De KART vindt het belangrijk dat er meer bekendheid komt over armoede. Daarom hebben studenten van Avans Hogeschool en Tilburg University in opdracht van de KART onderzoek gedaan naar armoede op een aantal middelbare scholen in Tilburg.

De KART kijkt kritisch hoe mensen met een smalle beurs geholpen kunnen worden. De kinderraad geeft ongewone adviezen over de aanpak van armoede en verzamelt ideeën waar kinderen beter van worden.


Aanleiding
In 2014 deed de kinderombudsman onderzoek naar armoede onder kinderen. Wat bleek: één op de negen kinderen in Nederland leeft in armoede. De KART schrok van dit nieuws en vond het belangrijk om hier aandacht aan te besteden. Het probleem komt regelmatig voor in Nederland en dus ook in Tilburg. Het onderzoek bestond uit twee delen.

Deel 1
Dit onderzoek is gedaan op twee Tilburgse vmbo-scholen. Meer scholen waren helaas niet bereid om mee te doen. Het doel was om de ervaringen van middelbare scholieren rondom armoedeproblematiek in kaart te brengen. Met een enquête zijn 135 scholieren gevraagd naar de bekendheid van regelingen rondom armoede en eigen ervaringen op dit gebied.
Resultaten:
-Een aantal scholieren gaf aan dat financiële problemen ervoor zorgen dat ze kapotte spullen niet altijd kunnen vervangen (16%), dat er thuis soms ruzie is over geldzaken (12%) en dat ze soms niet mee kunnen doen met schoolactiviteiten zoals schoolreisjes (2%).
-35 scholieren (26%) gaven aan dat zij kinderen kennen die gepest worden wegens armoede. Er waren echter ‘slechts’ vier scholieren die aangaven dat zij wel eens om deze reden gepest worden.
-Slechts twee scholieren gaven aan dat zij thuis geen toegang hebben tot internet maar alle scholieren hebben thuis wel een eigen of gedeelde computer/laptop, om aan school te werken.
-Bijna de helft van de ondervraagde scholieren (46%) weet niet waar het met armoedeproblemen op school terecht kan. Deze uitkomst was voor de KART aanleiding om verder onderzoek te doen.

Deel 2
In dit deel zijn zeven schoolmaatschappelijk werkers en/of vertrouwenspersonen van zeven middelbare scholen in Tilburg bevraagd. Vijf van deze scholen zijn scholen voor speciaal voortgezet onderwijs. Het doel was om vanuit dit onderzoek aanbevelingen te doen aan middelbare scholen en hun hulpverleners, zodat zij effectieve en cliëntgerichte hulp en ondersteuning kunnen bieden aan scholieren met armoedeproblemen.
Resultaten:
-Alle scholen maken gebruik van een Zorg Advies Team of een andere vorm van zorgcoördinatie, voor scholieren met problemen.
-Het merendeel van de bevraagde scholen gaf aan dat er weinig aandacht wordt besteed aan armoedeproblematiek.
-Twee scholen gaven aan helemaal géén aandacht te besteden aan deze problematiek.
-Signalering wordt, net als bij ieder ander probleem, gedaan door alle medewerkers die te maken hebben met leerlingen. De mentor staat hier dicht bij en vangt vaak de eerste signalen op.
-Twee scholen gaven aan weinig tot niets te signaleren met betrekking tot armoedeproblematiek omdat zij zich daar niet op richten.
-Als er sprake is van armoede onder scholieren en zij daardoor niet kunnen deelnemen aan activiteiten of de schoolreis, heeft een aantal van de bevraagde scholen wel een ‘geldpot’ waaruit de activiteiten voor deze leerlingen betaald (kunnen) worden.
-Er zijn maar twee scholen die regelingen (kunnen) treffen met betrekking tot betaling van schoolnota of activiteiten om ouders hierin tegemoet te komen.
-Een enkele school gaf aan dat leerlingen hun diploma niet krijgen als er nog openstaande rekeningen zijn. Na deze aanpak wordt vaak alsnog betaald.
-De hulp die op scholen wordt geboden is doorverwijzen naar Stichting Leergeld of naar hulp vanuit de overheid. Verder wordt er niet doorverwezen naar andere hulp.
-Het merendeel van de geïnterviewde scholen gaf aan dat hulpverlening op hun school erg toegankelijk is voor zowel ouders als leerlingen. Volgens de scholen weten ouders en scholieren goed waar en bij wie ze terecht kunnen als ze vragen hebben of met een probleem zitten. Ook gaven de scholen aan dat het vaak voorkomt dat leerlingen zelf aankloppen met vragen of problemen.

Conclusie
Ondanks een aantal positieve zaken, zijn er ook uitkomsten waar de KART van schrikt en graag verder mee aan de slag gaat.
Positief:
-Kinderen hebben vaak toegang tot internet en computer.
-Van de onderzochte kinderen hebben er relatief weinig met armoede te maken.
-Scholen hebben de hulpverlening over het algemeen goed geregeld.
-Sommige scholen hebben zelf ‘potjes’ voor schoolreisjes.
-Scholen verwijzen door naar instanties die een oplossing kunnen bieden voor armoedeproblematiek.
-Eén school schenkt specifieke aandacht aan armoedeproblematiek en denkt creatief mee in oplossingen.

Minder positief:
-Veel kinderen weten niet waar ze terecht kunnen voor hulp bij armoedeproblematiek.
-Er zijn nog steeds kinderen die met armoede gepest worden.
-Er is een school die pas na het aflossen van een betalingsachterstand een diploma geeft.
-Weinig scholen hebben specifiek aandacht voor armoede.
-Weinig scholen doen naast doorverwijzen iets aan armoede.
-Het beeld dat scholen hebben over de bereikbaarheid en bekendheid van hulpverleningen die ze bieden, is anders dan het beeld van scholieren.

Wat doet de KART hiermee?
-Publiciteit zoeken met de resultaten.
-Een prijs uitreiken aan de school die het beste uit het onderzoek kwam (Frater van Gemert School).
-Een flyer maken met tips voor scholieren op het middelbaar onderwijs.
-Een spel maken om armoede bespreekbaar te maken op scholen.
Neem voor meer informatie over dit onderzoek contact op met:
Tessa Molenaar, sociaal werker ContourdeTwern, via 06 345 39 673 of